Ga naar hoofdinhoud
Terug naar overzicht

Onderzoek in de kijker: Helena Verhelle

Wie is Helena Verhelle?

Helena Verhelle is onderzoeker aan de Thomas More hogeschool en maakt deel uit van de onderzoekslijn Veilig leef- en sportklimaat. Haar passie ligt in het creëren van veilige en positieve sportomgevingen, met speciale aandacht voor groepen die een verhoogd risico lopen op grensoverschrijdend gedrag.

De afgelopen jaren werkte ze mee aan verschillende onderzoeksprojecten rond preventie van grensoverschrijdend gedrag in de sport. Binnen het Erasmus+-project Safe Para Sport Allies onderzocht ze samen met de collega's van G-sport Vlaanderen hoe coaches en begeleiders van sporters met een beperking beter ondersteund kunnen worden om signalen van grensoverschrijdend gedrag te herkennen en gepast te reageren. Hieruit vloeide een workshop voort die we verankerden in de G-sport opleidingen en jaarlijks apart aanbieden, bijvoorbeeld op de inspiratiedag G-sport!

We gingen met Helena in gesprek over haar drijfveren als onderzoeker, de weg die ze aflegde binnen het onderzoeksveld en haar visie op een veilige sportcultuur voor iedereen.

Waarom doe je onderzoek naar grensoverschrijdend gedrag in de sport, en waarom is dat belangrijk binnen G-sport?

Ik werk als onderzoeker bij de onderzoekslijn veilig leef -en sportklimaat. Enkele jaren geleden lag de focus van ons team voornamelijk op het in kaart brengen van de aard en de omvang van grensoverschrijdend gedrag in de sport. Naarmate we hier meer inzicht in kregen, verschoof onze aandacht steeds meer naar preventie: hoe kunnen we ervoor zorgen dat grensoverschrijdend gedrag minder vaak voorkomt en dat mensen sneller durven en kunnen ingrijpen wanneer er iets gebeurt. 

Zo ontwikkelden we onder andere een omstandersinterventie ‘Safe Sport Allies’ voor grassroots sportclubs. Rond diezelfde periode verscheen een nieuwe studie waaruit bleek dat sporters met een beperking verhoogd risico lopen om grensoverschrijdend gedrag in de sport te ervaren. Deze bevindingen maakten duidelijk dat er nood was aan een meer gerichte preventie voor deze groep. Zo ontstond het ‘Safe Para Allies project’ waarbij we de eerdere omstandersinterventie wilden vertalen naar de context van sporters met een beperking. Het doel was om beter te begrijpen welke situaties zich daar voordoen, welke drempels coaches en begeleiders ervaren en welke ondersteuning zij nodig hebben om grensoverschrijdend gedrag te herkennen en er adequaat op te reageren. 

Er zijn vandaag nog maar weinig concrete handvaten en tools beschikbaar voor o.a. coaches en andere begeleiders die met deze doelgroep werken. Met het onderzoeksproject Safe Para Sport Allies hebben we een eerste stap gezet om deze leemte te verkleinen.

Neem je ons even mee doorheen de belangrijkste mijlpalen in jouw onderzoekscarrière?

Op de eerste plaats denk ik aan mijn eerste wetenschappelijke publicatie van een eigen onderzoeksproject. Als onderzoeker is dat toch altijd een mooi moment, omdat je ziet hoe een idee begon als een onderzoeksvraag en uiteindelijk uitgroeit tot nieuwe kennis die gedeeld kan worden met anderen. 

Hetzelfde geldt voor wanneer je projecten uitschrijft en deze uiteindelijk gefinancierd worden. Dat geeft altijd heel veel voldoening. Het uitschrijven van zo’n project vraagt veel tijd en inzet. Ik kon de voorbije jaren al meermaals meewerken aan projecten die gefinancierd werden door Erasmus+, het Europese programma dat dus ook het Safe Para Sport Allies project ondersteunde. 

Daarnaast ervaar ik mijn onderzoekscarrière vooral als een proces van voortdurende ontwikkeling. De veelzijdigheid van onderzoekswerk biedt telkens nieuwe uitdagingen, samenwerkingen en inzichten. Deze afwisseling zorgt ervoor dat ik mezelf kan blijven uitdagen en telkens kan toewerken naar nieuwe mijlpalen.

Wat staat er nog op de planning voor de (nabije) toekomst?

De komende jaren wil ik als onderzoeker vooral mee verder bouwen aan preventie die ook daadwerkelijk werkt in de praktijk. Er is steeds meer bewustzijn rond grensoverschrijdend gedrag in de sport, maar dit is niet voldoende. We moeten beter begrijpen welke interventies gedrag en een sportcultuur daadwerkelijk kunnen veranderen, en hoe we deze veranderingen duurzaam kunnen verankeren in sportclubs en organisaties. Het uiteindelijke streefdoel is dat veiligheid, welzijn, motivatie en prestatie niet langer als afzonderlijke thema’s worden gezien, maar als onderdelen van dezelfde sportcultuur. 

Wat wil je onze lezers nog meegeven?

Het beschermen van (jonge) sporters blijft een belangrijk thema en mogen we niet onderschatten. Sporten moet een leuke en veilige plek zijn voor kinderen en jongeren maar dit ontstaat niet vanzelf. Het vraagt een inspanning van iedereen die deel uitmaakt van de sport: coaches, begeleiders, ouders, bestuurders, teamgenoten en sporters zelf. Dat betekent dat we met z’n allen waakzaam moeten zijn voor signalen van grensoverschrijdend gedrag en dat we de verantwoordelijkheid moeten durven nemen wanneer we iets zien of horen. Niets doen is altijd in het voordeel van diegene die het gedrag stelt. 

Heb je vragen over het onderzoek van Helena? Dan kan je haar gerust mailen op helena.verhelle@thomasmore.be

Deel dit artikel

Krijg de laatste nieuwsberichten direct in je inbox

Inschrijven